Verhaal

Even een balletje slaan

Nederland

Markeren

Deel

Route

De Highlanders bevechten met moeite een oversteek. Maar een golfterrein links laten liggen, lukt niet iedereen, ook al vliegen de kogels in het rond.

Op 24 oktober valt de 153e Brigade aan in de richting van Esch om de bruggen over de Essche stroom in te nemen en vanuit daar een bruggenhoofd te creëren. Het 5/7e Bataljon Gordon Highlanders vertrekt al vroeg in de ochtend uit Sint-Michielsgestel en is al snel in Esch. Daar worden de Gordons bestookt met Duitse mortieren en komen ze erachter dat de drie bruggen in Esch over de Esschestroom door de Duitsers zijn opgeblazen. Snel valt het besluit om, ondanks de beschietingen, een brug te bouwen over de restanten van de opgeblazen Gasthuisbrug bij de Haarenseweg. Dat blijkt zeer gevaarlijk en moeilijk omdat de Duitsers het gebied rond de brug intensief beschieten. Dan bedenkt de commandant, luitenant-kolonel G.D. Renny, een krijgslist. Terwijl de genie de hoofdbrug probeert te bouwen bij de Haarenseweg wordt er iets naar het oosten een kleinere aangelegd. Hier steken twee compagnies over om 19.30 uur en al snel is er een klein bruggenhoofd.

De volgende dag trekken hun kameraden van het 1e Bataljon uit Sint-Michielsgestel. Onderweg passeren ze het terrein van Golfclub De Dommel. Dat inspireert de plaatsvervangend commandant van het bataljon en gepassioneerd golfer, Majoor Martin Lindsay.  Hij beschrijft wat er gebeurt. ‘ik vroeg me af wanneer er ooit zo dicht bij het front golf was gespeeld aangezien er terwijl wij speelden constant granaten neerkwamen op minder dan 800 meter van ons. Er waren maar vier holes, de andere lagen in een mijnenveld, en we hadden samen maar drie golfstokken aangezien de Duitsers de rest hadden gestolen. Er was een brigadehoofdkwartier honderd meter van de eerste afslagplaats en ik legde de bal klaar terwijl ik me afvroeg wat de straf zou zijn als ik de brigadegeneraal raakte. (…) Er kwam een kolonel (medisch) uit een tent, hij zag er erg pompeus en boos uit, en hij bleef midden op de baan staan. Ik vermoed dat hij vond dat we de oorlog niet serieus genoeg namen. ‘Bij god, het doet me genoegen om weer eens een partijtje golf te zien!’ sprak een luitenant-kolonel van de Yeomanry in zijn rijbroek. ‘Mooi,’ zei ik, ‘dan zal ik u als getuige oproepen wanneer ik voor de krijgsraad moet verschijnen.’ (…) Net buiten de vierde baan zag ik de divisiecommandant in overleg met zijn commandanten en toen besloten we maar te stoppen.’